What’s in a name?

De zoektocht naar mijn naam.

Ja, natuurlijk heb ik er al één. Zo’n 36 jaar geleden hebben mijn ouders mij Mariëlle genoemd. Niets mis mee, dacht ik. Tot ik 18 was en in een voetbalteam zat. Ik had een teamgenoot die na een paar maanden voetballen zei: “ik vind jouw naam zo moeilijk, ik noem je gewoon Truus”.

Rond die tijd kreeg ik ook een bijnaam. Die bijnaam was voor velen een stuk makkelijker te onthouden. En zo werd mijn echte naam nog vaker vergeten.

Ook op mijn werk bleek Mariëlle een moeilijke naam. Eén dag in de week werkte ik samen met een collega die me elke week anders noemde. Mirel, Mirene, Muriel. Er zaten pareltjes bij. Daarna ging het ook bergafwaarts bij andere collega’s.
De topper was toen ik een mailtje kreeg van mijn leidinggevende die begon met: ‘Beste Linda’.

Laatst sprak ik iemand die ik al jaren ken. Niet dat we veel contact hebben, maar ik ging er wel vanuit dat hij mijn naam wist. Maar nee, ook hij gaf aan Mariëlle een heel moeilijke naam te vinden. En noemde me die avond Mirel, of Mireille. Net hoeveel drank hij op had.

Nu kan het zo zijn dat ik toevallig heel veel mensen ontmoet met geheugenproblemen. Met desinteresse heeft het vast niets te maken. Toch?

De onderneming die ik wil starten, heeft uiteraard ook een naam nodig. En ik wil een naam die wel goed blijft hangen. Ook bij de mensen met geheugenproblemen. En mensen met desinteresse.
Alhoewel. Misschien die laatste categorie niet.

Het heeft even geduurd voordat ik dé naam had gevonden. Ik heb hulptroepen ingeschakeld. Briefjes met opties vol geklad en deze vervolgens op de wc gehangen. (Dat kreeg ik als tip en ik neem alle tips serieus!) Nachtenlang schrok ik wakker, omdat ik hoopte dat de naam dan plotseling te binnen zou schieten.

Uiteindelijk dacht ik de naam gevonden te hebben. Mét een slogan zelfs.
Weer mijn hulptroepen ingeschakeld. Iedereen was heel enthousiast over de slogan. Maar die naam… Dat ging het echt niet worden. Te lastig om te onthouden, te spellen en onduidelijk. Blijkbaar lijk ik meer op mijn ouders dan ik denk.

Gelukkig hebben mijn hulptroepen hun werk niet voor niks gedaan. Want de slogan, daar kan ik ook wel iets mee!

Binnenkort de feestelijke onthulling. Eerst nog ‘even’ naar de Kamer van Koophandel, een website vullen, visitekaartjes regelen en nog wat bezigheden. Maar hé, ik heb een naam! Kan ik eindelijk beginnen!

Werkstatus: Nog 3 weken te gaan

Financiële status: Nog niks veranderd.

Emotionele status: Blij en trots met de geboorte van..

Emmers met sop?

Soms slaat de schrik je ineens toe.
Daar sta ik dan, met de stofzuiger in mijn hand. Terwijl ik net vriend heb gevraagd om alsjeblieft ook af en toe een was te doen.
Help!
Dit wordt mijn toekomst… Huisvrouw zijn, die moppert op de rommel in huis. Want het was net zo lekker schoon!

Met alle respect voor de vrouwen én mannen die dit wel kunnen, noodgedwongen doen, of misschien als droomleven hebben (ze schijnen te bestaan!). Ik kan dat niet en ik wil het al helemaal niet. Als ik mijn hart volg, komt het echt nooit uit bij de stofzuiger of emmer met sop. En echt, ik heb het geprobeerd. Zelfs tijdens zwangerschappen bleef de nesteldrang uit. We hadden ons er zo op verheugd!

Vandaag zette die stofzuiger me even in de realiteit.
Afgelopen weekend heb ik veel mensen gesproken en mezelf ook een paar keer voorgesteld als ondernemer. Als je niet beter wist, geloofde je me direct als ik dat zei. Ik ook. Na het weekend een date gehad met andere ondernemers. Zonder daadwerkelijke stappen te zetten, ben ik al een doorslaand succes als ondernemer. Vond ik zelf.

Mariëlle Dekker, Dé ondernemer. Met een half plan. Zonder klanten.

Op deze manier gaat dat succesverhaal er niet komen, vermoed ik. Dan wordt het een nieuw leven als mopperende huisvrouw. Kan ik me 1000 keer voorstellen als ondernemer; zonder actie geen resultaat.

Tijd voor actie dus!

Omdat ik nu eenmaal heb besloten dat dit mijn succesverhaal gaat worden, heb ik een paar dingen nodig. (Volgens mijn grote internetonderzoek ‘hoe word ik een succesverhaal?’)
In ieder geval een doel, naast het schrijven van een succesverhaal, dat ik wil bereiken. En al heb ik dat doel redelijk helder, de perfectionist in mij wil het nog net even helderder hebben.
Waardoor ik andere dingen ineens belangrijker vind en verzand in het verzinnen van een bedrijfsnaam. Die moet natuurlijk én aansprekend zijn én hip én in de naam direct duidelijk maken wat mijn bedrijf doet. Makkie!
Of ik verzand in het bedenken van mijn visitekaartjes, ook goed voor uren vermaak!

Gelukkig heb ik morgen weer een afspraak met iemand. Om samen mijn doel scherp te stellen.
Ga ik mijn doel volgende week met jullie delen. Kan ik daarna mijn eerste stapjes zetten.
En ontspannen verder stofzuigen en mijn emmertje met sop vullen. Het wordt niet vanzelf schoon mensen!

Sprong in het onbekende

Oké, dus ik heb vorige week mijn ontslag ingediend. Nu mag (of is het moet?) ik nog tot 1 maart mijn werk uitvoeren, dus voorlopig ben ik nog wel even zoet. En naast dat ik heel veel bemoedigende reacties heb gekregen (dank daarvoor!), krijg ik natuurlijk vaak de vraag ‘en wat ga je dan doen?’. Vooralsnog blijf ik het antwoord schuldig. Maar voordat het 1 maart is, heb ik antwoord. Beloofd!

Omdat ik deze, voor mij reuzegrote, sprong heb gewaagd, voelt het als een heel nieuw hoofdstuk. In mijn ogen heb ik drie keuzes: solliciteren voor een nieuwe baan, mijn eigen baan creëren, of een combinatie van deze twee. Diep in mijn hart (al is het de laatste tijd niet zo diep meer) gaat mijn voorkeur uit naar de tweede optie. Ik geloof dat daar mijn succesverhaal uit vandaan komt. Een eigen baan creëren, hoe cool zou dat zijn. Maar wat is dat dan en hoe begin ik daarmee?

Stel nou dat het lukt, mijn eigen baan creëren. Kan dat, financieel gezien, net zoveel opleveren als mijn huidige baan, en graag een beetje snel? Is het niet slimmer om te combineren, één baan voor het geld en daarnaast mijn droombaan? Gemakshalve ga ik ervan uit dat mijn eigen gecreëerde baan mijn droombaan is, anders kan ik net zo goed niet beginnen natuurlijk.
Het voelt als een sprong in onbekend water, die baan creëren. Durf ik dat wel? Ik heb een hoop vragen die ik het liefst zo snel mogelijk beantwoord wil hebben. Geduld is niet mijn sterkste kant. Dus als er gezegd wordt: ‘vertrouw op het proces’, dan wil ik dat wel. Heus. Liever zie ik alleen vooraf én zo snel mogelijk het bewijs dat het goed komt.

Mijn onzekerheid is vooral een financieel dingetje. Ooit heb ik namelijk de ‘fout’ gemaakt een niet zo rijke man uit te zoeken, die vervolgens geen carrière heeft gemaakt. Sterker nog, hij heeft vorig jaar een carrièreswitch gemaakt. Waarvoor hij nog aan het leren is, met een bijbehorend studentensalaris. Gelukkig heeft hij weer andere kwaliteiten😊.
Oh ja, we hebben een koophuis inclusief hippe onderwaterhypotheek. Daarbij nog drie kinderen, ook niet onbelangrijk. Zij hebben er geen behoefte aan om straks elke dag alleen nog maar crackers met pindakaas te eten. Alhoewel, als ik de pindakaas verruil voor hagelslag is hun probleem al snel opgelost.

Als ik het zo op papier zet, dan vraag ik me toch af waar ik in hemelsnaam aan begin (en waarom ik dit allemaal vertel!). En of ik wel helemaal in orde ben. En krijg ik dus wél de kriebels, niet direct de juiste. Maar: ‘wie niet springt, zal ook nooit vliegen’. Dus springen zal ik!

Gelukkig heb ik nog anderhalve maand werk, inclusief inkomen, en is mijn plan onderweg!

Ik vertrouw erop dat het goedkomt!

Echt waar!

Toch?

Werkstatus: Ik mag nog zes weken naar mijn huidige baan

Financiële status: Weinig verandert, behalve dat we de afgelopen week twee vakanties hebben geboekt (in het kader van, nu kan het nog!)

Emotionele status: Ik heb me in tijden niet zo goed gevoeld!

Mijn succesverhaal :-)

Van die succesverhalen.

Je kent ze wel, de mensen die geslaagd zijn in het leven vertellen ze graag. Hoe ze vanuit een diep dal, met nog geen stuiver op de bank, zijn opgeklommen tot de succesvolle persoon die ze nu zijn.
Er zijn van deze mensen die ik in het echt heb leren kennen. Maar ik ken ze altijd pas op het moment dat ze al succesvol zijn. En dan is het makkelijk praten. Vind ik.

Want op het moment dat je in dat dal zit, weet je natuurlijk niet dat je zo succesvol wordt. En uit die verhalen lijkt het ook wel noodzakelijk te zijn eerst in dat dal te komen zodat je dan écht de omslag kunt maken.
Dan ben ik soms jaloers dat ik geen burn-out heb (gehad), want daarna weet je echt wat je wilt én kunt om te slagen in het leven. Als ik de succesverhalen moet geloven dus.
Laatst hoorde ik een verhaal van iemand die een ongeluk had gehad, bijna geheel verlamd is geraakt en daarna precies wist wat hij wilde. En nu meer dan succesvol is. Ik heb dus ook ooit een ongeluk gehad, maar zonder verlamming. Ik zou er bijna verdrietig van worden dat ik relatief snel ben opgeknapt. Bijna dan he, omdat ik dus dat inzicht maar niet krijg.
Ik ben voornamelijk heel bij dat ik elke dag gewoon op mijn eigen benen kan staan! Maar dat (op)staan vond ik de laatste tijd steeds minder leuk. Omdat ik dan naar een baan ging, die ik dus helemaal niet wilde. Dat inzicht had ik dan wel weer, wat ik niet leuk vond.

Daarom denk ik, ik pak het eens anders aan. Ik schrijf vanaf nu mijn eigen succesverhaal. En deel het met jullie. Alle stappen die ik zet, kunnen jullie volgen. Ter inspiratie, of (leed)vermaak. Welke van de twee het wordt, de tijd zal het leren. Ik hoop voornamelijk op het eerste.

Ik zit nog niet op de bodem van het dal. Maar ben aardig op weg, daarom wil ik stoppen met mijn huidige werk. Je kent het misschien wel, je hart zegt ‘wegwezen’! Maar je hoofd wil zekerheid, dus blijf je. Ik heb het nu een paar maanden gedaan. Mijn hart zei na 3 weken al ‘wegwezen!’. Maar mijn hoofd heeft het nog vier maanden weten vol te houden. Tot nu dus. Het schijnt beter voor je te zijn om je hart te volgen. Dat ga ik dus nu doen. Retespannend, maar het voelt nu al goed!

Werkstatus: Vandaag heb ik ontslag genomen

Financiële status: Een kleine buffer op de bank, om inkomensloosheid een paar maanden te overbruggen.

Emotionele status: Vooralsnog opgelucht.

Daar moet je wat mee doen!

Daar moet je wat mee doen..
Dit kreeg ik regelmatig te horen. En ik denk dat ik niet de enige ben. Bij mij ging het dan altijd over schrijven. Dáár moest ik eens wat mee doen. In mei heb ik besloten dat ik het daar mee eens ben. En ben deze blog opgestart. Om er vervolgens niets op te zetten. En toen een paar keer wel. Maar vooral niet van het bestaan te vertellen tegen anderen. Dat schrijven, dat doe je maar voor jezelf! Wat moeten ál die anderen (ik ga er voor het gemak ook gelijk van uit dat ál die anderen niets beters te doen hebben en dus lezen) er wel niet van denken. ‘Heb je weer iemand met een blog’. Jaja, lekker origineel.

Misschien was ik beter een ouderwets dagboek begonnen. Elke dag wat schrijven, lekker voor mezelf. En het dan nooit aan iemand anders laten lezen. Zo is het met de vorigen gegaan. Die liggen nu te verstoffen op zolder. En het is niet de bedoeling dat iemand anders daar ooit in gaat lezen. Behalve ik, kan ik nog eens lachen om mijn onhandige puber zijn. Met alle wekelijkse nieuwe verliefdheden.
Hmm.. Misschien moet ik ze toch weer eens onder het stof vandaan halen. “het dagboek van een puber”. Daar zit vast een goed boek in!

Maar goed, ik heb ondertussen toch besloten ‘uit de kast te komen’. Zo voelt het althans. (Denk ik. Tot op heden ben ik nog hetero, het ziet er niet naar uit dat dat verandert, dus zeker weten doe ik dat niet.) En, besloot ik direct, ik zet bij mijn ‘coming out’: ”voor uw wekelijks leesplezier’. Om de druk hoog te houden. Wekelijks schrijven op die blog van mij, dat leek me wel haalbaar. Dagelijks is misschien nog wat overdreven. Ik heb namelijk ook nog een leven naast schrijven. Nou ja, soms dan.
En nu is de eerste week voorbij en zelfs de tweede. Belofte maakt schuld. Schrijven zou ik. Gelukkig ben ik op dinsdag vrij. Heb ik daar lekker de tijd voor. Maar wat dan. Ik voel me moe, inspiratieloos. Jemig, dat hadden we niet afgesproken! Kun je een writers block hebben, voordat je überhaupt begonnen bent?
En waar schrijf je dan wekelijks over?
Heb ik niet een thema nodig?
Kan ik niet wat anders gaan schrijven dan een blog. Verjaardagskaarten?
Of lesplannen? Oh ja, er was nog iets met werk..

Ach, ondertussen staan er toch een hoop woorden op mijn scherm. En ga ik dit gewoon plaatsen. Ik moet er tenslotte wel wat mee doen!

De verpakkingsindustrie

Als ik écht niets te doen heb..

Soms (als ik écht niets meer weet te doen/ ik ook echt geen zin heb om iets nuttigs te doen/ best wel vaak dus) verdiep ik me in verpakkingen die we thuis hebben. Dat zijn er nogal wat, want de verpakkingsindustrie is één van de grootst groeiende geloof ik.

En dan lees je op de pot pindakaas ‘dit product kan sporen van noten of pinda’s bevatten’. Ja, nogal wiedes. Het zou toch wat wezen als je pindakaas koopt zonder een spoor van pinda’s. Dat heet dan dus ‘kaas’ mensen!

Wijn met borrelnoten, ultiem genot!

Maar wat ik ook altijd fascinerend vind, zijn de etiketten op de wijn. “Deze wijn past uitstekend bij rood vlees”. Ik weet niet hoe het met de rest van de wereld zit, maar ik drink mijn wijn dus eigenlijk nooit bij het eten. Of ik moet in een restaurant zijn, dan maak ik soms een uitzondering.

Mijn wijn drink ik veel vaker bij chips en borrelnootjes. Ik zou het dus eigenlijk véél interessanter vinden als er op de wijn zou staan bij wélke chips deze wijn het beste past.

“Deze wijn heeft een fruitig aroma, waardoor hij enorm tot zijn recht komt bij ham-kaas chips.”

Of wanneer je je wat treurig voelt: “Deze wijn is uitstekend in te nemen bij elk soort van verdriet. Na het innemen van deze fles ziet de wereld er alweer veel rooskleuriger uit “

Of voor behoeftige mannen, met minder behoeftige vrouwen: “Deze wijn geef je aan je vrouw wanneer ze klaagt over hoofdpijn, dat is met een paar glazen van deze wijn echt wel over”

Ik denk echt dat de wijnindustrie nog een hoop wijndrinkers te winnen hebben. Het is gewoon een kwestie van de etiketten aanpassen!

 En dan dus vla.

Van de wijn naar de vla. Vind ik persoonlijk een logische volgorde. Het is ook wel voorgekomen dat ik een avondje wijn had gedronken en dat de dag erna kon ik alleen nog maar beetjes vla kon binnenhouden. Vla dus.

En yoghurt, want dat hoort hier in huis bij elkaar. Ik schets u even het volgende; we hebben:

– Een pak yoghurt (een groene, van 1 liter)

– Een pak vla (een gele, van 1 liter).

In het pak yoghurt zitten volgens de verpakking 7 porties, in de vla zitten (wederom volgens de verpakking) 5 porties. Hoe dan? Eten we meer vla dan yoghurt? Is dit er weer één van categorie, het is ongezonder, dus daar willen we dat meer mensen van eten. Want dikke mensen =  meer verkoop van eten = meer winst.

Is er iemand die mij dit kan uitleggen? Ga ik ondertussen maar weer eens wat nuttigs doen. Broodje pindakaas eten. Of een wijntje opentrekken..

Grijze muis!

Een grijze muis is een lollig beest!

De dag was aangebroken, een dag in stilte in een bos. Ik had er zin in! Mijn intentie, of was het toch een verwachting, was om mijn droom te vinden. Om de natuur haar werk te laten doen.

Vooraf had ik, nieuwsgierig als ik ben, al een paar ervaringsverhalen gelezen. En daardoor had ik stiekeme hoop op een enorm inzicht, miljoenenidee, of toch in ieder geval één helder moment. Deze ene dag zou zomaar mijn leven kunnen veranderen!

Wachten

Dus, daar zat ik, op mijn ruime kleed. Te wachten.. Nee, sprak ik mezelf toe. Géén verwachtingen, laat de natuur nou haar gang gaan. Dus ik bleef zitten en keek naar de natuur, en geheel buiten de afspraken om wachtte ik toch (het zou écht komen, dat moment, heb geduld!)

Oké, er komt niets, dan maar slapen.

Weer wachten.

Weer slapen.

Weer wachten. “Oké Boom (Ga ik nu echt tegen een boom praten? Nog maar een paar uur in het bos en ik word al een idioot.. Straks ga ik m nog knuffelen ook.), Help me. Geef me een teken. Nee, geen teek. Een teken!”

Eindelijk gebeurt er iets!

En dan! Een muis! Hij ploetert wat in de grond, gaat weer verder, ploetert weer wat, en gaat weer verder, hij gaat zo een paar keer door. Ik vermaak me met het schouwspel.

Maar. Is dit mijn teken? Anderen krijgen herten, paarden, roofvogels! En ik moet het doen met een muis? Jaja. Dat is vast een vergissing van de natuur.

Ik wacht voor de zekerheid toch maar even verder.

Weer slapen.

Wakker worden. En dan is het tijd om te gaan. Doei boom. Toch bedankt.

Ik evalueer me een slag in de rondte. Wat een saaie dag, niks meegemaakt, te weinig bewogen, weinig geleerd. Gelukkig is de terugreis wel gezellig, en lekker!

Toch een teken!

Maar een dag later.. Een muis! Het was een grijze! Net als ik vaak te horen heb gekregen! En waar ik altijd zo boos om word. Ik. Ben. Geen. Grijze. Muis. Grijze muizen zijn stom!

Nee! Deze grijze muis was leuk! En ploeterde wat, en ging weer verder. En ploeterde nog wat, en ging weer verder! Net als ik mijn hele werkende leven al doe! En ik vermaakte me met het schouwspel! Ik heb erom gelachen zelfs!

Grijze muizen zijn gewoon hartstikke lollig!

Go out and play!

Opa en oma op vakantie

Laatst vond mijn oom een vakantieherinnering van mijn opa. Heel bijzonder om te lezen hoe hij met mijn oma voor het eerst op vakantie was. Het was een jaar na de oorlog.

Naast de prachtige taal over alles wat ze meemaakten en ze zagen onderweg: “We zagen al handig dingen die je hier niet zoo veel zien. Bijvoorbeeld rooie koeien die je bij ons ook wel ziet, maar toch schoon”, was er een ander ding dat mij verwonderde bij het lezen van het verslag.

Mijn opa en oma gingen, samen met hun gezelschap, twee keer naar een speeltuin. Om te spelen! Als ze de gelegenheid kregen tenminste, want: “alles was bezet behalve een rolton“.

En toen vroeg ik me af, wanneer zijn wij gestopt met spelen?

Wie speelt er nu nog in de speeltuin?

Als ik nu in een speeltuin ben, zie ik daar vooral spelende kinderen. De volwassenen die er zijn, duwen hooguit een schommel, of zitten op een bankje. Met een spelletje wordfeud (ja, er zijn nog steeds mensen die dat doen) dat dan weer wel. En dat zijn dan natuurlijk nog wel de volwassenen met een “excuus”kind, want dan mag dat. Volwassenen zonder kind in een speeltuin, is tegenwoordig vragen om problemen. Welke volwassene komt er immers nu in zijn of haar eentje om te spelen in de speeltuin?

En dat is toch zonde! Als kind kon je je uren vermaken in de speeltuin, maar tegenwoordig is het enige wat je af en toe nog speelt een spelletje, en die nog het liefst digitaal.

Als iedereen wat vaker zou spelen, al dan niet in de speeltuin, wordt het leven vanzelf een stuk leuker. Schommelen en er dan zo ver mogelijk afspringen, met je buurman op de wip (als het een leuk exemplaar is, kan je legaal met je buurman wippen, hoe mooi is dat!) en het beste verstopplekje van de buurt vinden, voel de spanning!

Het kind in je is er nog!

Soms zie je bij volwassenen (vooral mannen moet ik zeggen) nog wel dat kind terug wat er vroeger in zat. Zo zag ik laatst een dorpsgenoot heel hard op zijn eigen tractor voorbij scheuren (het was rustig op de weg, alle officiële kinderen lagen al lang op bed). Net als hij vroeger op zijn traptractor deed, nu alleen iets groter. Ondanks dat hij behoorlijk hard ging, zag ik hem glunderen.

Het zou toch mooi zijn als iedereen weer zijn of haar spelende, nieuwsgierige kind toelaat? Dat als je naast iemand in de trein zit, je nieuwsgierig vraagt waar hij heen gaat. En daarna loop je naar het volgende bankje om een praatje te maken en dan nog een bankje verder en nog een bankje verder.

Je kunt je leven zelf leuker maken.

In de trein zie ik nog wel meer mogelijkheden tot spelen. Het spelletje “hints”, met alle passagiers in de coupé. Of “geef de zin door”, net zo lang tot hij bij de conducteur is. Dan kan hij of zij de zin omroepen in de trein en mag iedereen bedenken of het nog klopt met de allereerste zin.

En je werk wordt vanzelf nog leuker als je er huppelend naar toe gaat (oké, of naar huis als je dat stiekem liever doet), als je je collega eruit rent om het eerste bij de koffieautomaat te zijn. En als het knikkertijd (een wonderlijk verschijnsel) is, ga je in plaats van wandelen, knikkeren met collega’s. Kun je daarna al je verdiende bonken op je bureau stallen en de blits maken!

Daarom stel ik voor: Kies een spel dat je vroeger zo graag deed, maar nu nooit meer doet. Omdat je er te oud voor bent, je bang bent voor kinderachtig uitgemaakt te worden, omdat je niet durft of wat voor flauwekul reden je er ook aan hebt gegeven.

Speel en geniet!

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑