Daar moet je wat mee doen!

Daar moet je wat mee doen..
Dit kreeg ik regelmatig te horen. En ik denk dat ik niet de enige ben. Bij mij ging het dan altijd over schrijven. Dáár moest ik eens wat mee doen. In mei heb ik besloten dat ik het daar mee eens ben. En ben deze blog opgestart. Om er vervolgens niets op te zetten. En toen een paar keer wel. Maar vooral niet van het bestaan te vertellen tegen anderen. Dat schrijven, dat doe je maar voor jezelf! Wat moeten ál die anderen (ik ga er voor het gemak ook gelijk van uit dat ál die anderen niets beters te doen hebben en dus lezen) er wel niet van denken. ‘Heb je weer iemand met een blog’. Jaja, lekker origineel.

Misschien was ik beter een ouderwets dagboek begonnen. Elke dag wat schrijven, lekker voor mezelf. En het dan nooit aan iemand anders laten lezen. Zo is het met de vorigen gegaan. Die liggen nu te verstoffen op zolder. En het is niet de bedoeling dat iemand anders daar ooit in gaat lezen. Behalve ik, kan ik nog eens lachen om mijn onhandige puber zijn. Met alle wekelijkse nieuwe verliefdheden.
Hmm.. Misschien moet ik ze toch weer eens onder het stof vandaan halen. “het dagboek van een puber”. Daar zit vast een goed boek in!

Maar goed, ik heb ondertussen toch besloten ‘uit de kast te komen’. Zo voelt het althans. (Denk ik. Tot op heden ben ik nog hetero, het ziet er niet naar uit dat dat verandert, dus zeker weten doe ik dat niet.) En, besloot ik direct, ik zet bij mijn ‘coming out’: ”voor uw wekelijks leesplezier’. Om de druk hoog te houden. Wekelijks schrijven op die blog van mij, dat leek me wel haalbaar. Dagelijks is misschien nog wat overdreven. Ik heb namelijk ook nog een leven naast schrijven. Nou ja, soms dan.
En nu is de eerste week voorbij en zelfs de tweede. Belofte maakt schuld. Schrijven zou ik. Gelukkig ben ik op dinsdag vrij. Heb ik daar lekker de tijd voor. Maar wat dan. Ik voel me moe, inspiratieloos. Jemig, dat hadden we niet afgesproken! Kun je een writers block hebben, voordat je überhaupt begonnen bent?
En waar schrijf je dan wekelijks over?
Heb ik niet een thema nodig?
Kan ik niet wat anders gaan schrijven dan een blog. Verjaardagskaarten?
Of lesplannen? Oh ja, er was nog iets met werk..

Ach, ondertussen staan er toch een hoop woorden op mijn scherm. En ga ik dit gewoon plaatsen. Ik moet er tenslotte wel wat mee doen!

De verpakkingsindustrie

Als ik écht niets te doen heb..

Soms (als ik écht niets meer weet te doen/ ik ook echt geen zin heb om iets nuttigs te doen/ best wel vaak dus) verdiep ik me in verpakkingen die we thuis hebben. Dat zijn er nogal wat, want de verpakkingsindustrie is één van de grootst groeiende geloof ik.

En dan lees je op de pot pindakaas ‘dit product kan sporen van noten of pinda’s bevatten’. Ja, nogal wiedes. Het zou toch wat wezen als je pindakaas koopt zonder een spoor van pinda’s. Dat heet dan dus ‘kaas’ mensen!

Wijn met borrelnoten, ultiem genot!

Maar wat ik ook altijd fascinerend vind, zijn de etiketten op de wijn. “Deze wijn past uitstekend bij rood vlees”. Ik weet niet hoe het met de rest van de wereld zit, maar ik drink mijn wijn dus eigenlijk nooit bij het eten. Of ik moet in een restaurant zijn, dan maak ik soms een uitzondering.

Mijn wijn drink ik veel vaker bij chips en borrelnootjes. Ik zou het dus eigenlijk véél interessanter vinden als er op de wijn zou staan bij wélke chips deze wijn het beste past.

“Deze wijn heeft een fruitig aroma, waardoor hij enorm tot zijn recht komt bij ham-kaas chips.”

Of wanneer je je wat treurig voelt: “Deze wijn is uitstekend in te nemen bij elk soort van verdriet. Na het innemen van deze fles ziet de wereld er alweer veel rooskleuriger uit “

Of voor behoeftige mannen, met minder behoeftige vrouwen: “Deze wijn geef je aan je vrouw wanneer ze klaagt over hoofdpijn, dat is met een paar glazen van deze wijn echt wel over”

Ik denk echt dat de wijnindustrie nog een hoop wijndrinkers te winnen hebben. Het is gewoon een kwestie van de etiketten aanpassen!

 En dan dus vla.

Van de wijn naar de vla. Vind ik persoonlijk een logische volgorde. Het is ook wel voorgekomen dat ik een avondje wijn had gedronken en dat de dag erna kon ik alleen nog maar beetjes vla kon binnenhouden. Vla dus.

En yoghurt, want dat hoort hier in huis bij elkaar. Ik schets u even het volgende; we hebben:

– Een pak yoghurt (een groene, van 1 liter)

– Een pak vla (een gele, van 1 liter).

In het pak yoghurt zitten volgens de verpakking 7 porties, in de vla zitten (wederom volgens de verpakking) 5 porties. Hoe dan? Eten we meer vla dan yoghurt? Is dit er weer één van categorie, het is ongezonder, dus daar willen we dat meer mensen van eten. Want dikke mensen =  meer verkoop van eten = meer winst.

Is er iemand die mij dit kan uitleggen? Ga ik ondertussen maar weer eens wat nuttigs doen. Broodje pindakaas eten. Of een wijntje opentrekken..

Grijze muis!

Een grijze muis is een lollig beest!

De dag was aangebroken, een dag in stilte in een bos. Ik had er zin in! Mijn intentie, of was het toch een verwachting, was om mijn droom te vinden. Om de natuur haar werk te laten doen.

Vooraf had ik, nieuwsgierig als ik ben, al een paar ervaringsverhalen gelezen. En daardoor had ik stiekeme hoop op een enorm inzicht, miljoenenidee, of toch in ieder geval één helder moment. Deze ene dag zou zomaar mijn leven kunnen veranderen!

Wachten

Dus, daar zat ik, op mijn ruime kleed. Te wachten.. Nee, sprak ik mezelf toe. Géén verwachtingen, laat de natuur nou haar gang gaan. Dus ik bleef zitten en keek naar de natuur, en geheel buiten de afspraken om wachtte ik toch (het zou écht komen, dat moment, heb geduld!)

Oké, er komt niets, dan maar slapen.

Weer wachten.

Weer slapen.

Weer wachten. “Oké Boom (Ga ik nu echt tegen een boom praten? Nog maar een paar uur in het bos en ik word al een idioot.. Straks ga ik m nog knuffelen ook.), Help me. Geef me een teken. Nee, geen teek. Een teken!”

Eindelijk gebeurt er iets!

En dan! Een muis! Hij ploetert wat in de grond, gaat weer verder, ploetert weer wat, en gaat weer verder, hij gaat zo een paar keer door. Ik vermaak me met het schouwspel.

Maar. Is dit mijn teken? Anderen krijgen herten, paarden, roofvogels! En ik moet het doen met een muis? Jaja. Dat is vast een vergissing van de natuur.

Ik wacht voor de zekerheid toch maar even verder.

Weer slapen.

Wakker worden. En dan is het tijd om te gaan. Doei boom. Toch bedankt.

Ik evalueer me een slag in de rondte. Wat een saaie dag, niks meegemaakt, te weinig bewogen, weinig geleerd. Gelukkig is de terugreis wel gezellig, en lekker!

Toch een teken!

Maar een dag later.. Een muis! Het was een grijze! Net als ik vaak te horen heb gekregen! En waar ik altijd zo boos om word. Ik. Ben. Geen. Grijze. Muis. Grijze muizen zijn stom!

Nee! Deze grijze muis was leuk! En ploeterde wat, en ging weer verder. En ploeterde nog wat, en ging weer verder! Net als ik mijn hele werkende leven al doe! En ik vermaakte me met het schouwspel! Ik heb erom gelachen zelfs!

Grijze muizen zijn gewoon hartstikke lollig!

Go out and play!

Opa en oma op vakantie

Laatst vond mijn oom een vakantieherinnering van mijn opa. Heel bijzonder om te lezen hoe hij met mijn oma voor het eerst op vakantie was. Het was een jaar na de oorlog.

Naast de prachtige taal over alles wat ze meemaakten en ze zagen onderweg: “We zagen al handig dingen die je hier niet zoo veel zien. Bijvoorbeeld rooie koeien die je bij ons ook wel ziet, maar toch schoon”, was er een ander ding dat mij verwonderde bij het lezen van het verslag.

Mijn opa en oma gingen, samen met hun gezelschap, twee keer naar een speeltuin. Om te spelen! Als ze de gelegenheid kregen tenminste, want: “alles was bezet behalve een rolton“.

En toen vroeg ik me af, wanneer zijn wij gestopt met spelen?

Wie speelt er nu nog in de speeltuin?

Als ik nu in een speeltuin ben, zie ik daar vooral spelende kinderen. De volwassenen die er zijn, duwen hooguit een schommel, of zitten op een bankje. Met een spelletje wordfeud (ja, er zijn nog steeds mensen die dat doen) dat dan weer wel. En dat zijn dan natuurlijk nog wel de volwassenen met een “excuus”kind, want dan mag dat. Volwassenen zonder kind in een speeltuin, is tegenwoordig vragen om problemen. Welke volwassene komt er immers nu in zijn of haar eentje om te spelen in de speeltuin?

En dat is toch zonde! Als kind kon je je uren vermaken in de speeltuin, maar tegenwoordig is het enige wat je af en toe nog speelt een spelletje, en die nog het liefst digitaal.

Als iedereen wat vaker zou spelen, al dan niet in de speeltuin, wordt het leven vanzelf een stuk leuker. Schommelen en er dan zo ver mogelijk afspringen, met je buurman op de wip (als het een leuk exemplaar is, kan je legaal met je buurman wippen, hoe mooi is dat!) en het beste verstopplekje van de buurt vinden, voel de spanning!

Het kind in je is er nog!

Soms zie je bij volwassenen (vooral mannen moet ik zeggen) nog wel dat kind terug wat er vroeger in zat. Zo zag ik laatst een dorpsgenoot heel hard op zijn eigen tractor voorbij scheuren (het was rustig op de weg, alle officiële kinderen lagen al lang op bed). Net als hij vroeger op zijn traptractor deed, nu alleen iets groter. Ondanks dat hij behoorlijk hard ging, zag ik hem glunderen.

Het zou toch mooi zijn als iedereen weer zijn of haar spelende, nieuwsgierige kind toelaat? Dat als je naast iemand in de trein zit, je nieuwsgierig vraagt waar hij heen gaat. En daarna loop je naar het volgende bankje om een praatje te maken en dan nog een bankje verder en nog een bankje verder.

Je kunt je leven zelf leuker maken.

In de trein zie ik nog wel meer mogelijkheden tot spelen. Het spelletje “hints”, met alle passagiers in de coupé. Of “geef de zin door”, net zo lang tot hij bij de conducteur is. Dan kan hij of zij de zin omroepen in de trein en mag iedereen bedenken of het nog klopt met de allereerste zin.

En je werk wordt vanzelf nog leuker als je er huppelend naar toe gaat (oké, of naar huis als je dat stiekem liever doet), als je je collega eruit rent om het eerste bij de koffieautomaat te zijn. En als het knikkertijd (een wonderlijk verschijnsel) is, ga je in plaats van wandelen, knikkeren met collega’s. Kun je daarna al je verdiende bonken op je bureau stallen en de blits maken!

Daarom stel ik voor: Kies een spel dat je vroeger zo graag deed, maar nu nooit meer doet. Omdat je er te oud voor bent, je bang bent voor kinderachtig uitgemaakt te worden, omdat je niet durft of wat voor flauwekul reden je er ook aan hebt gegeven.

Speel en geniet!

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑